Toelichting op de publicatie over gasontladingslichten (xenonlichten) uit APK keurmeester maart 2009: deze publicatie is enkel een herinnering aan een aantal keuringseisen voor het voeren van xenon verlichting. Lees meer,
In deze wet worden een aantal eisen gesteld met betrekking tot het voeren van (aftermarket) xenonverlichting. Lees hieronder verder,
Download Printvriendelijke PDF
Keuringseisen
Artikel 10 lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
Artikel 5.2.51 verplichte lichten en reflectoren
1 personenauto’s moeten zijn voorzien van:
a. 2 grote lichten
b. Twee dimlichten, met dien verstande dat indien het voertuig is voorzien van dimlichten met gasontladingslichtbronnen en in gebruik is genomen na 31 december 2006, deze lichtbronnen moeten voldoen aan de daaromtrent in aanvullende permanente eisen, artikelen 115 tot en met 118 gestelde eisen, alsmede voor de installatie daarvan;
c. Twee stadslichten…………….etc.
Artikel 115
Gasontladingslichtbronnen zijn lampen die gevoed worden door een (veel) hogere spanning dan de boordspanning. Er is in ieder geval sprake van een gasontladingslichtbronnen indien:
a. De lichtopbrengst van het dimlicht pas een moment na het inschakelen op maximale sterkte is;
b. De voedingsspanning van de dimlichtlamp verzorgd wordt via een hoogspanningstransformator, al dan niet voorzien van het volgende symbool.
Artikel 116
Dimlichten met gasontladingslichtbronnen zijn voorzien van een goed werkende koplampreinigingsinstallatie waarmee die gehele of een deel van het lichtdoorlatende gedeelte van de koplamp gereinigd wordt. De koplampreinigingsinstallatie wordt visueel gecontroleerd, waarbij de installatie in werking wordt gesteld.
Artikel 117
Bij de dimlichten met gasontadingslichtbronnen blijven de gasontladingslampen ingeschakeld wanneer het groot licht brandt.
Artikel 118
1. Dimlichten met gasonladingslichtbronnen zijn voorzien van een niveauregeling, welke de verticale helling van de lichtbundel automatisch aanpast aan de belading van het voertuig.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen waarbij de verticale helling van de lichtbundel niet wordt beïnvloed door de belading van het voertuig.
3. Aan de eis in als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet getoetst tijden de algemene periodieke keuring ten behoeve van de aangifte van een keuringsrapport.
